coach Kristof: trainer A triatlon, specialisatie zwemmen

“1.1 Begripsverklaring
In de mechanica: VERMOGEN (J/s) = KRACHT x SNELHEID (P = F.v)

1.1.1 Kracht = slaglengte
De factor “kracht” kan men in het zwemmen gelijkstellen aan de slaglengte, i.e. bij een toename van de hoeveelheid kracht dat je toepast op het water (zo lang dat het in de juiste richting gericht is), zal de slaglengte ook toenemen wat zal resulteren in minder slagen per lengte.
De meeste zwemmers zullen ooit wel al eens hun slagen geteld hebben per lengte en daarna geprobeerd hebben om dit aantal te verminderen door zich te concentreren op verschillende technische elementen van de crawlslag bv. Catch, trek- en duwfase, lichaamsrol, … Dit is een zeer goede manier om de efficiëntie te verhogen. De meeste mensen zullen met deze methode reeds een verbetering zien in hun prestatie als hun beginsituatie reeds inefficiënt is.

1.1.2 Snelheid = slagfrequentie
Het andere element van de vergelijking , snelheid, kunnen we gelijkstellen met de slagfrequentie. De slagfrequentie is het aantal slagen die je maakt per tijdseenheid, meestal per minuut, in tegenstelling tot slagen per lengte. De slagfrequentie kan het best nagegaan worden met een assistent of coach. Hij kan dan het aantal slagen tellen per 15 seconden (in 25m-bad) of per 30 seconden (in een 50m-bad) en dit vermenigvuldig je dan met respectievelijk 4 of 2. Ook vele stopwatches zijn uitgerust met een speciale functie om dit te meten. Let wel op dat deze benadering een redelijk grote foutenmarge heeft, dus neem meerdere metingen indien mogelijk. Net zoals bij de trapfrequentie of loopfrequentie, moeten we wel de volledige armcycli tellen, i.e. aantal keren dat bv. de rechterarm een volledige slag aflegt.

1.1.3 Relatie slaglengte – slagfrequentie
Als antwoord op de verlenging van de slaglente (i.e. krachtcomponent), zal de slagfrequentie dikwijls verminderen en omgekeerd. Iemand die zijn slagfrequentie (i.e. snelheid) wil ontwikkelen, zal dikwijls een verkorting krijgen van de slaglengte, wat dan leidt tot het gevoel dat je je slag en het watergevoel verliest.
Natuurlijk is het ideale scenario dat één van de componenten constant blijft en dat de andere factor stijgt of vergroot. Maar aan welke moeten we werken?

1.2 Slaglengte en slagfrequentie in triatlonzwemmen
Het grootste verschil tussen de biomechanische principes van een elite zwembadzwemmer en een elite openwaterzwemmer, is het evenwicht tussen de slagfrequentie en de slaglengte. Een typische age-group triatleet zou een slaglengte kunnen hebben van 38 à 52 slagen per 50m en een slagfrequentie van 54 à 65 slagen per minuut.
In vergelijking met een typische elite middenafstandszwemmer Ian Thorpe, welke zwemt met een slaglente van 27à 32 slagen per 50m en een slagfrequentie van 72 tot 76 slagen per minuut, maakt het gemakkelijk om te zien dat deze sneller door het water gaat dan de triatleet. Hoewel, zoals we waarschijnlijk wel weten, dat zijn slaglengte veel groter is, lijkt zijn slagfrequentie ook hoog voor iemand die zo relax zwemt.
Bij analyse van internationale triatlons is gebleken dat de elite mannen een slagfrequentie halen rond de 88 tot 92 slagen per minuut! Als je dit naast de bovenstaande gegevens plaatst moeten deze mannen ontzettend snel door het water klieven, maar toch zwemmen zij trager dan een Ian Thorpe aangezien zij geen slaglengte van bijna twee meter bereiken.

Deze triatleten hebben enkele aanpassingen gedaan aan hun slag om optimaal te presteren in open water én zij doen dus ook specifieke trainingen met als doel een hogere slagfrequentie te kunnen aanhouden.
Moeten we trainingen op slagfrequentie verkiezen bovenop training op slaglengte? En hoe moeten we gericht werken op de verhoogde slagfrequentie?
Bij voorkeur en indien mogelijk start je tijdens de voorbereidingsperiode met de focus op slagefficiëntie en de verlenging van de slaglengte met als ultieme doel het reduceren van het aantal slagen per lengte.
Daarna, net zoals bij fietsen en lopen, ontwikkel je de specificiteit van je training naarmate het seizoen nadert. Werken op een hogere frequentie terwijl je je slaglengte zo veel als mogelijk probeert onder controle te houden. Met een 5-6-tal maanden basistraining (met focus op slaglengte), kunnen de meeste zwemmers hun slagfrequentie met 5 à 6 slagen verhogen gedurende het hele seizoen zonder achteruitgang van de controle over de slaglengte.
Indien de controle toch vermindert, dient men terug te gaan naar basistraining om de slaglengte te vergroten.
De reden waarom een hogere slagfrequentie in open water voordeliger is, is omdat op deze manier de kleine snelheidsverminderingen door kleine (of grote) golfslag, windvlagen, botsingen met andere zwemmers vermeden worden tegenover de lange, glijdende slagtechniek met pauzes.
Een hogere slagfrequentie en een continue stuwing is dus de techniek waarmee de meeste openwaterzwemmers en triatleten zwemmen.”